Diversiteitsdiner moet allochtone studenten helpen

Content Manager
22 mei 2017

’Vissen in andere vijver’

Studenten met een niet-westerse achtergrond en bedrijven vinden elkaar maar matig, ondervinden Melvin Tjoe Nij en Edzard Koole. Samen organiseren ze woensdag voor de tweede keer een ’diversiteitsdiner’ om bedrijven en studenten,in hun eigenwoorden, „een zetje te geven”.

door Martijn Klerks

Wat het diner,samen met de andere initiatieven van zijn bedrijf Young Global People, moet opleveren? Melvin Tjoe Nij legt de lat hoog. „Corporate Nederland ziet culturele diversiteit niet als onderdeel van de bedrijfsstrategie”, steltde Amsterdammer met Surinaamse ouders. „Dat moet anders. ”Als reactie op het ’minder ,minder’ van Geert Wilders organiseerde Edzard Koole, veteraan uit het bedrijfsleven, in november het eerste diversity dinner. Tjoe Nij sloot zich bij het initiatief aan. Woensdag volgt de tweede editie. Ruim honderd allochtone studenten delen dan een avond lang een tafel met recruiters van de ING’s, de Deloitte’s en de Achmea’s van deze wereld. Initiatiefnemer Edzard Koole is, onder meer vanwege zijn tijd bij het Amsterdams Studentencorps, gezegend met een groot netwerk. „Een echt blank netwerk”, zegt hij daar zelf over. „De bedrijven kan ik vinden, niet-westerse kandidaten absoluut niet.” Tjoe Nij merkt hetzelfde: „Ook ik kom weinig kleur tegen als ik ga netwerken.”

Waarom lukt het maar niet, met die diversiteit? Tjoe Nij: „Voor bedrijven zijn niet-westerse studenten een heel andere doelgroep. Je moet weten: hoe denkt een allochtone student? Hoe communiceert hij, wat zijn zijn waarden en normen? Nederland heeft een ik-cultuur, mensen met een andere achtergrond denken vaak in termen van ’wij’. Onze doelgroep zit ook bij andere verenigingen dan waar westerse studenten zitten. Daar komen bedrijven niet. Bedrijven vissen in één vijver.”

Dat verandert niet vanzelf?
Tjoe Nij: „Zeker in Nederland is nog een blinde vlek als het gaat om culturele diversiteit in raden van bestuur, bij de overheid, of in de regering. De discussie over etniciteit verhardt, dat heeft ook geen positieve invloed op de diversiteit. Bedrijven zijn best geïnteresseerd in andere vijvers, maar het resultaat van meer diversiteit zie je pas op de lange termijn.”

Sommige organisaties zeggen: dan anonimiseren we alle sollicitaties. Tjoe Nij: „Ik ben persoonlijk niet voor anoniem solliciteren. Bedrijven moeten door de persoon heen leren kijken, kwaliteiten zien achter de achternaam. Anoniem solliciteren kan helpen, in sommige gevallen, maar niet voor altijd.”

Waarom focus op bedrijven? Dan blijven de niet-westerse studenten juist bij elkaar. Tjoe Nij: „We halen die studenten juist úít hun eigen netwerk! We leren ze zakelijke vaardigheden aan. Het is niet dat de doelgroep haar best niet doet…” Koole: „…ze hebben alleen het netwerk niet voor een stage of een baan. En die vaardigheden: voordat het diner begint is er een borrel. Dan geven we studenten een duwtje, sturen ze op recruiters af. Iemand die bij het vorige diner niet bij een bedrijf was ingedeeld, is zo alsnog aan goede contacten gekomen.”

Dat is één succesverhaal…
Koole: „Er zijn er nog veel meer. Deloitte heeft na het eerste diner drie deelnemers een aanbod gedaan, en ook de andere deelnemende bedrijven hebben elk minstens één nieuw talent aan dat evenement overgehouden. En ik zie met eigen ogen hoe belangrijk het is dat dit gebeurt: een Afghaanse jongen die ik als assistent aannam, werd daar zeer emotioneel van. Hij bleek al honderden sollicitatiebrieven te hebben verstuurd, en keer op keer te zijn afgewezen.”

Nog meer tips? Koole: „Tegen elke sollicitant zou ik zeggen: lees het jaarverslag van een bedrijf, en verzin een vraag over de strategie. Zeker als een recruiter die vraag niet kan beantwoorden, zal hij onder de indruk zijn.”Tjoe Nij: „Ik zou kandidaten ook meegeven: netwerk buiten je comfortzone.”

Als een niet-westers talent in een ’witte’ organisatie komt, dan past hij zich toch aan? Tjoe Nij: „De mensen in ons netwerk behouden hun identiteit wel degelijk. Ik ben zelf geen bounty (donker van buiten, wit van binnen, red.), en het is ook niet de bedoeling dat die studenten ’Ali Alibi’ worden, als ik dat zo mag zeggen.”